Als we de voetafdrukken zien, kunnen we op het pad vertrouwen en vooruit gaan
In de Tien Ossenhoedafbeeldingen is het stadium van het zien van de voetafdrukken heel belangrijk. We hebben de os nog niet rechtstreeks gezien, maar wanneer we de voetafdrukken zien, weten we dat de os er zeker is en kunnen we zien welke richting hij is gegaan. In de beoefening wordt het ontdekken van kleine sporen en vertrouwen in de oorspronkelijke geest een belangrijk keerpunt.
In het begin kunnen we ronddwalen omdat we niet weten waarheen we moeten gaan. Maar wanneer we Dharma-lezingen horen, studeren en de geest onderzoeken, verschijnen op een bepaald moment sporen van het pad. Vanaf dan zoeken we niet langer vaag; we gaan vooruit omdat we de richting kennen.
Toch betekent het zien van de voetafdrukken niet dat de studie voltooid is. De voetafdrukken tonen de weg, maar we moeten werkelijk dieper dat pad ingaan voordat we de os kunnen zien. Daarom moet een beoefenaar niet bij een kleine ervaring of een klein begrip blijven, maar gestaag blijven observeren en oefenen.
Terwijl we leven, schudt onze geest vaak. Maar als we ook maar één keer de sporen van het juiste pad hebben gezien, moeten we dat vertrouwen koesteren. Het leidt ons ertoe opnieuw te studeren, de geest opnieuw te onderzoeken en het pad van beoefening niet te verliezen.
Neem vandaag de kleine voetafdrukken die je hebt gezien niet licht op. Volg dat pad en zet nog één stap van gestage inspanning.
Het vinden van kleine sporen op het pad van de beoefening is erg belangrijk. Als we voetafdrukken zien, kunnen we erop vertrouwen dat de os er is en weten we in welke richting we moeten bewegen. Koester de kleine sporen van het juiste pad en blijf gestaag oefenen.