Hem vangen is niet het einde; we moeten hem blijven temmen
In de Tien Ossenhoedafbeeldingen is de fase van het temmen van de os een heel belangrijk deel van de studie. De os zien en vangen betekent niet dat alles voltooid is. Als we ontspannen of trots worden omdat we denken dat we hem gevangen hebben, kunnen de ruwe gewoonten die nog blijven ons hem opnieuw doen verliezen.
Met onze geest is het hetzelfde. Zelfs als we het gevoel hebben dat we even de oorspronkelijke geest hebben gezien of een bepaalde ervaring hebben gehad, moeten we niet meteen denken dat we ontwaakt zijn. De gewoonten van hebzucht, woede en onwetendheid zijn lang doorgegaan, dus we moeten ze blijven observeren en begeleiden.
De geest temmen is geen kwestie van hem met kracht neerdrukken. Het betekent goede voorschriften en inspanning, recitatie en gebed, medelevend handelen en een juist leven gestaag voortzetten. Wanneer goede gewoonten zo in lichaam en geest doordringen, wordt de geest geleidelijk zachter.
In de beoefening mag er geen achteloosheid zijn. Stop niet omdat je vandaag iets kleins hebt begrepen, en denk niet dat het voorbij is omdat je vandaag iets meer rust voelde. De kracht van gestage herhaling richt de geest op.
Laten we vandaag niet bij een klein begrip blijven, maar de geest temmen door zachte en gestage inspanning.
Zoals het vangen van de os niet het einde is, zo is de geest niet volledig getemd omdat we hem even hebben vastgehouden. Oude gewoonten moeten door gestage inspanning veranderen. Blijf vandaag waakzaam en zet goede gewoonten van beoefening voort.