Het oog van de Bodhisattva ziet ook de verborgen Boeddha-natuur
Als we naar mensen kijken, reageren we meestal eerst op de woorden en daden die aan de oppervlakte verschijnen. Als iemand boos wordt of hard spreekt, is het gemakkelijk om die persoon alleen op basis van die verschijning niet aardig te vinden of te beoordelen.
Maar het oog van de bodhisattva ziet niet alleen het oppervlak. Het onderzoekt welk lijden er achter die woorden verborgen kan zijn, en welk karma en welke omstandigheden die persoon zo hebben bewogen. Tegelijk ziet het ook de oorspronkelijke natuur, de Boeddha-natuur, diep van binnen.
De reden dat een bodhisattva medelevend is, is niet dat hij alles mooier maakt om het goed te laten lijken. Lijden en fouten worden ook gezien, maar de persoon wordt niet tot één fout gereduceerd. Omdat ook de verborgen heldere mogelijkheid wordt gezien, ontstaat mededogen.
Het is moeilijk voor ons om dat oog volledig te bezitten. Hebzucht en gehechtheid, ik-opvatting en onderscheidend denken blijven nog bestaan. Maar als we ons deze lering herinneren, kunnen we iets ruimer kijken wanneer we iemand ontmoeten.
Vraag u vandaag, voordat u over iemand oordeelt, nog eens af: welk lijden zou er achter deze woorden kunnen schuilgaan? Welk helder zaad zou er ook in deze persoon kunnen zijn? Die vraag is een klein begin in de richting van het oog van de bodhisattva.
Het oog van de bodhisattva ziet niet alleen het oppervlak. Wanneer het het lijden en het karma achter woorden en daden ziet, en ook de Boeddha-natuur diep van binnen, ontstaat er compassie in plaats van haat.