Een geest die niet meegesleurd wordt door de stroom
Een rivier stroomt zonder ophouden. Als je op de oever staat en toekijkt, kun je de richting en de snelheid van de stroom zien. Maar zodra je erin wordt meegesleurd, wordt het moeilijk te zeggen waarheen je wordt meegevoerd. Onze geest kent precies zo'n stroom. Wanneer we niet opmerken welke kracht de geest meetrekt, komen we ertoe te spreken en te handelen precies zoals onze gedachten dat dicteren.
Willen zien, willen horen, willen hebben, nog meer willen voelen — de ene wens leidt tot de volgende. Iets krijgen brengt een moment van voldoening, maar al snel gaan we op zoek naar iets anders. Wanneer we het verlangen volgen zonder op te merken dat het is ontstaan, verliest de geest elke plek om te rusten. In plaats van de begerende geest simpelweg te veroordelen, moeten we eerst kijken hoe hij ontstaat en hoe hij ons meetrekt.
Er is ook de wens om anderen te laten zien 'dit ben ik'. Hoe meer de wens om erkend en bewonderd te worden groeit, hoe makkelijker we geschud worden door reacties van anderen. Wanneer we gevangen raken in de gedachte 'ik heb gelijk' of 'het moet op mijn manier', wordt het moeilijk om nog iets anders te horen. En juist de waan van niet weten wat ons meetrekt, maakt deze stroom alleen maar sterker.
Beoefening gaat er niet om de rivier te dwingen te stoppen. Het begint, zoals bij het bekijken van de stroom vanaf de oever, met het opmerken van het verlangen en de koppigheid die nu opkomen. Kijk: 'hier is een geest die iets wil hebben', 'hier is een wens om mezelf te laten zien', 'hier ben ik, niet in staat mijn eigen gedachten los te laten'. Wanneer we dat gevoel niet langer vastgrijpen alsof het geheel is wie we zijn, ontstaat er een kleine opening in de gewoonte om er meteen naar te handelen.
Deze opening is geen onverschilligheid of berusting. Het is de ruimte waarin we, voordat we precies reageren zoals de geest ons meetrekt, kijken naar wat er werkelijk nodig is. Zelfs bij iets wat we willen zeggen, kunnen we de ander helemaal laten uitpraten; zelfs wanneer iets voelt alsof het meteen moet, kunnen we opnieuw kijken of het echt nodig is. Bewustzijn helpt ons om in het dagelijks leven helderder te kiezen.
De leer vergelijkt nirvana — vrijheid van de felle stroom van geestelijke bezoedelingen — met een veilig eiland. Veiligheid komt niet pas wanneer de rivier zelf stopt; het wijst juist naar een vrede waarin je niet langer door die stroom wordt meegesleurd. Een moment van rust in de geest betekent niet dat nirvana al bereikt is. De kleine daad van bewustzijn van vandaag is beoefening om die leer in ons leven te brengen.
Verlangen, de wens om erkend te worden, en de koppige overtuiging dat alleen onze eigen gedachten juist zijn, trekken ons mee als een felle stroom. Zonder die stroom te kennen, worden we makkelijk meegesleurd. Merk de geest op zoals hij nu is, alsof je de stroom vanaf de oever bekijkt. Beoefening begint met even pauzeren om te kijken, in plaats van er meteen naar te handelen.