Als je het ware zelf kent, raken beoefening en dagelijks leven verbonden
Tijdens de beoefening kan het lijken alsof er een zelf is dat toekijkt, maar wanneer we terugkeren naar het dagelijkse leven, kan het zelf dat handelt naar voren komen. We kunnen ons afvragen hoe deze twee als één kunnen worden geharmoniseerd.
De monnik zegt dat deze vraag, wanneer zij dieper gaat, uiteindelijk leidt tot de hwadu: 'Wie is het ware zelf?' Waar het om gaat, is juist te onderzoeken wat de meester is van degene die wij 'ik' noemen.
Wanneer we zitten in toegewijde beoefening, is concentratie relatief gemakkelijk. Maar in het dagelijkse leven beweegt het lichaam en wordt de geest door veel situaties bewogen, waardoor het anders kan worden dan de houding die we tijdens de beoefening hebben.
Toch kan, als we het ware zelf juist herkennen en ervoor ontwaken, dezelfde wakkerheid doorgaan in zittende beoefening én in het bewegende dagelijkse leven. Plaats en houding kunnen verschillen, maar het centrum wordt niet geschokt.
Probeer daarom niet ongeduldig de twee samen te dwingen. Houd de hwadu vast en beoefen dieper. Naarmate het onderzoek dat het ware zelf onthult zich verdiept, raken beoefening en dagelijks leven geleidelijk verbonden als één geest.
Het zelf dat tijdens de beoefening toekijkt en het zelf dat in het dagelijkse leven handelt, kunnen verschillend lijken. Toch leidt deze vraag uiteindelijk tot de hwadu: 'Wie is het ware zelf?' Het dagelijkse leven kent beweging en veel situaties, en kan dus verschillen van toegewijde beoefening in de Seonzaal; maar wanneer je het ware zelf diep herkent, blijft dezelfde wakkerheid aanwezig, of je nu stil zit of beweegt.