Als we erop vertrouwen dat er water is, kunnen we dieper graven.
De Boeddha-natuur is onze van oorsprong heldere natuur. We creëren het niet van buitenaf; we ontdekken het door op te ruimen wat het bedekt. Geloven in de Boeddha-natuur is dus geen reden om te stoppen en te zeggen: ‘Ik ben al klaar.’ Het is het besluit om te weten dat er helderheid in ons zit die onthuld moet worden, en om in die richting te blijven bewegen.
Oefenen vergt inspanning en levert ook resultaten op. Maar zelfs als de inspanning er aan de buitenkant hetzelfde uitziet, verandert de diepgang van de beoefening als er geloof is. Als iemand een put graaft zonder te weten of er water onder de grond zit, kan hij snel moe worden als er stenen verschijnen en stof opstijgt. Maar degene die erop vertrouwt dat er water is, graaft nog een keer, ook al is er nog geen water zichtbaar, en gaat een stukje dieper.
Onze geest is ook zo. Lijden, gewoonten en twijfel kunnen als eerste verschijnen. Als we ze zien en besluiten: ‘Ik kan dit niet’, verzwakt de kracht van de beoefening. Maar als we erop vertrouwen dat de Boeddha-natuur aanwezig is, wordt de moeilijkheid die voor ons ligt geen mislukking, maar een plek om dieper naar te kijken. Geloof wordt de kracht die de geest weer verheft.
Het beeld van een lamp leert hetzelfde punt. Een lamp is van oorsprong helder, maar roet kan het licht bedekken. We forceren geen nieuw licht tot stand; we vegen het roet weg en onthullen de helderheid die er al was. De praktijk is niet wegrennen naar een verre plek. Het is het pad van omkeren en het bevestigen van de helderheid die al aanwezig is.
Daarom is geloof het startpunt van de beoefening en een grote kracht die ons naar ontwaken voert. Als we erop vertrouwen: ‘Ik kan ook helder worden’, beginnen onze woorden en daden te veranderen, en zelfs op moeilijke momenten kunnen we nog een stap zetten. Het geloof in de Boeddha-natuur verandert doelloze herhaling in doelbewuste toewijding.
Het geloof dat alle wezens de Boeddha-natuur hebben, verandert de kracht van de beoefening. Net zoals we een put blijven graven, zelfs als er stenen en aarde tevoorschijn komen, omdat we erop vertrouwen dat er water onder de grond zit, geven we het niet op voor een moeilijke geest als we vertrouwen op de helderheid binnenin. Geloof is de drijvende kracht die ons naar ontwaken voert.